| La casa
L'uomo solo ascolta la voce calma
con lo sguardo socchiuso, quasi un respiro
gli alitasse sul volto, un respiro amico
che risale, incredibile, dal tempo andato.
L'uomo solo ascolta la voce antica
che i suoi padri, nei tempi, hanno udito, chiara
e raccolta, una voce che come il verde
degli stagni e dei colli incupisce a sera.
L'uomo solo conosce una voce d'ombra,
carezzante, che sgorga nei toni calmi
di una polla segreta: la beve intento,
occhi chiusi, e non pare che l'abbia accanto.
È la voce che un giorno ha fermato il padre
di suo padre, e ciascuno del sangue morto.
Una voce di donna che suona segreta
sulla soglia di casa, al cadere del buio.
Cesare Pavese 1908-1950
© Copyright by Giulio Einaudi editore s.p.a. Torino,
Italy
Het huis
De man, alleen, luistert naar de kalme stem
met halfgesloten ogen, als streek een adem
over zijn gezicht, een bevriende adem
die wonderbaarlijk uit vervlogen tijden opdoemt.
De man, alleen, luistert naar de oeroude stem
die zijn vaderen, in lang vervlogen tijden, hebben vernomen,
een heldere, innige stem die als het groen
van roerloze vijvers en heuvels ës avonds verdonkert.
De man, alleen, kent een stem van schaduw,
liefkozend, die opwelt in de kalme tonen
van een verborgen bron: hij drinkt haar aandachtig in,
met gesloten ogen, en het lijkt niet dat hij haar dichtbij
zich heeft.
Het is de stem die eens de vader van zijn vader
heeft doen stil staan, en ieder van zijn dood geslacht.
Een vrouwenstem, geheimvol, die weerklinkt
op de drempel van het huis wanneer het duister valt.
vertaling: © Copyright by Fons Brouwer, Weesp
|