WEESP GROTE OF LAURENSKERK
Datum inventarisatie: 24 mei/28 juni/18 september 2000.
door Teus den Toom
BOUWERS
(vermelding op rechthoekige plaat op slaglijst boven manuaal II, gotisch schrift, zwarte letters op crèmekleurige achtergrond):
- Gebroeders Bätz
- Utrecht 1823
KAS
- Naaldhout. Geen achterwand (kas staat tegen de torenmuur).
- De windlade van het hoofdmanuaal staat a.h.w. in een grote ruimte.
- Er zou nog plaats zijn voor pedaalladen en voor een bovenwerk.
- Beschildering (met sjablonen) niet oorspronkelijk.
- Zijdeuren kas afneembaar.
FRONT
|
|
10
|
|
10
|
|
|
7
|
-
|
7
|
-
|
7
|
|
10
|
|
10
|
|
|
toren
|
holle
|
toren
|
holle
|
toren
|
|
velden
|
|
velden
|
|
- Gehele front sprekend.
- Labia van alle pijpen hoog rond/laag rond opgeworpen.
-
- Frontschema Hoofdkas:
|
9
|
|
|
|
9
|
|
|
7
|
-
|
4
|
7
|
4
|
-
|
7
|
|
9
|
|
|
|
9
|
|
|
rond
|
hol
|
vlak
|
rond
|
vlak
|
hol
|
rond
|
- De bovenste tussenvelden zijn stom. In de onderste spreekt de Prestant 8 vt.
- Labia van alle pijpen hoog rond/laag rond opgeworpen.
-
-
- PIJPWERK
-
- Volgorde registers vanaf het front.
- In het onderstaande is de Duitse notatie aangehouden (Ais = B, B = H).
- Deling bas/discant bij h0/c1.
- Open pijpen: bovenlabium spits geritst, onderlabium laag rond geritst.
- Gedekte pijpen: bovenlabium hoog rond geritst, onderlabium laag rond geritst
- Manuaal I (Rugpositief)
-
-
-
- Prestant 8 vt.
- C, Cis en D eiken, achter middentoren.
- Dis t/m h0 in fronttorens. Zie het uitgetekende frontschema.
- c t/m g in frontvelden, dubbel.
- gis t/m f op lade, orgelmetaal, dubbel.
- Steminrichting frontpijpen: uitgesneden stemlap.
-
-
- Holpijp 8 vt.
- C H eiken, gedekt, geen zijbaarden. Stop met achtzijdige greep. Voet vierkant in doorsnede, rond geboord.
- Afgevoerd, op één rij. C/Cis in het midden, in hele tonen aflopend. Labia aan frontzijde.
- Overige: orgelmetaal, gedekt, zijbaarden.
- Achter elke zijtoren 6 metalen pijpen (c0 h0).
- c f op lade, achter de tussenvelden.
-
-
- Octaaf 4 vt.
- Orgelmetaal.
- C t/m b0 zijbaarden.
- C t/m A: twee ingesneden stemkrullen (zichtbaar niet oorspronkelijk).
- B t/m b0: één ingesneden stemkrul.
- h0 t/m f : op lengte.
-
-
- Roerfluit 4 vt.
- Orgelmetaal.
- C t/m f : gedekt, uitwendige roeren, zijbaarden.
- fis t/m f : open, conisch, op lengte. Geen zijbaarden.
- Sexquialter 2 sterk disct. (vanaf c)
- Orgelmetaal. Cilindrisch, geen zijbaarden.
- Samenstelling c: 2 2/3 1 3/5
-
-
- Gemshoorn 2 vt.
- Orgelmetaal, conisch.
- C t/m c0: één stemkrul
- C t/m cis: zijbaarden.
-
-
- Quint 1 1/3 vt.
- Orgelmetaal. 1978.
- C t/m h0 gedekt, zijbaarden.
- c t/m f open, op lengte afgesneden.
- c t/m f zijbaarden.
-
-
- Flageolet 1 vt.
- Orgelmetaal.
- C t/m A: één stemkrul, overige op lengte afgesneden. C t/m h0 zijbaarden.
-
- Mixtuur B/D
- Orgelmetaal.
-
- Samenstelling:
|
C
|
|
|
|
|
2
|
|
1 1/3
|
|
1
|
|
c0
|
|
|
|
2 2/3
|
2
|
|
1 1/3
|
|
1
|
|
c'
|
|
4
|
2 2/3
|
|
2
|
|
1 1/3
|
1 1/3
|
|
|
c''
|
4
|
4
|
2 2/3
|
2 2/3
|
2
|
2
|
1 1/3
|
|
|
De volgende pijpen hebben één stemkrul:
- C h0
- 2-voets koor: alle
- 1 1/3-voets koor: C - E
-
- c0 h0
- 2 2/3-voets koor: c0 d0 (niet oorspronkelijk)
-
- Overige pijpen op lengte afgesneden
-
- Tooninscripties links boven en links onder van het soldeerkruis.
- Pijp op c0 van het 2 2/3-voets koor: inscriptie G. Op bovenlabium met zwarte inkt een c (naam toets).
-
- Mensuur en intonatie gelijk aan Octaaf 4 vt.
-
- Fagot 8 vt.
- Bekers cilindrisch op voet. Bekers C t/m A opgehangen.
- Houten koppen en stevels. Tongen en kelen messing.
- Bas beleerd.
-
- Tramblant (inliggend).
- Manuaal II (hoofdmanuaal)
-
- Prestant 16 vt.
- C t/m c in front (niet dubbel). Zie het uitgetekende frontschema.
- Steminrichting frontpijpen: als bij Rugpositief.
- cis t/m f op lade, dubbel.
- cis t/m h één (originele) stemkrul, c t/m f op lengte.
- Frontpijpen in de torens geplaatst op achtzijdige eiken klossen.
- Voeding pijpen in torens vanuit windlade via loden conducten, die aansluiten op zijkant halfcirkelvormige frontstok.
-
- Cornet 5 sterk
- Samenstelling op c: 8 4 2 2/3 2 1 3/5
- Stok ligt op dezelfde hoogte als het rooster.
- 8-voets koor gedekt, zijbaarden.
- Overige koren open. Van het 4-voets koor hebben c t/m a één ingesneden stemkrul.
- De overige open pijpen zijn op lengte afgesneden.
-
- Bourdon 16 vt.
- C t/m h0 eiken, gedekt, geen zijbaarden. Voeten vierkant in doorsnede. Stop met achtzijdige greep.
- C afgevoerd naar achter middentoren.
- Houten pijpen staan op een aparte stok. Uit zijkant van deze stok conducten naar windlade.
- c0 t/m f orgelmetaal, gedekt, zijbaarden.
-
- Prestant 8 vt.
- C t/m A in front. C t/m G in velden naast middentoren,
- Gis en A in de aangrenzende onderste tussenvelden. Zie het uitgetekende frontschema.
- Overige op lade. B t/m gis0 achter de zijtorens, twee ingesneden stemkrullen (niet alle krullen oorspronkelijk);
- a0 t/m h0 achter de velden, twee stemkrullen.
- Vanaf c dubbel, c t/m h één stemkrul.
-
-
- Roerfluit 8 vt.
- C t/m B: eiken, gedekt, geen zijbaarden. Voeten vierkant in doorsnede. Stop met achtzijdige greep.
- H t/m f : orgelmetaal. Gedekt, roeren, zijbaarden.
-
- Octaaf 4 vt.
- Orgelmetaal.
- C t/m Fis: twee stemkrullen, G t/m gis0 één stemkrul, overige op lengte afgesneden (twee grotere één stemkrul).
-
- Quint 3 vt.
- Orgelmetaal.
- C t/m Dis twee stemkrullen, E t/m e0 één stemkrul, overige op lengte afgesneden
-
- Sexquialter 3 sterk disct. (vanaf c)
- Orgelmetaal, cilindrisch, geen zijbaarden.
- Samenstelling c: 4 - 2 2/3 - 1 3/5.
- Geen repetitie.
- Pijpwerk op lengte afgesneden.
-
- Gedekte Fluit 4 vt.
- C t/m f : cilindrisch, gedekt, zijbaarden.
- fis t/m f : flespijpjes, zijbaarden.
-
- Octaaf 2 vt.
- Orgelmetaal.
- C t/m A: één stemkrul, overige op lengte afgesneden.
-
-
- Mixtuur 4, 6, 8 sterk
- Orgelmetaal.
- Samenstelling:
| C |
|
|
|
|
|
|
2 2/3
|
|
2
|
|
1 1/3
|
1
|
2/3
|
| c |
|
|
|
|
|
|
2 2/3
|
|
2
|
|
1 1/3
|
1
|
|
| c' |
|
|
|
|
4
|
|
2 2/3
|
2
|
2
|
1 1/3
|
1 1/3
|
|
|
| c'' |
5 1/3
|
5 1/3
|
5 1/3
|
4
|
4
|
2 2/3
|
2 2/3
|
2
|
2
|
|
|
|
|
-
- De volgende pijpen hebben één stemkrul:
-
- C h0
- 2-voets koor: alle
-
- c0 h0
- 2 2/3-voets koor: c0 dis0
-
- Overige pijpen: op lengte afgesneden.
-
- Trompet 8 vt.
- Eiken koppen en stevels.
- Bekers orgelmetaal. Bekers C t/m gis0 opgehangen. Bekers C t/m Fis voorzien van schoenen (orgelmetaal).
- Kelen en tongen messing. Kelen bas beleerd.
- Op beker C naam- en tooninscriptie zoals bij Witte gebruikelijk.
- Op de andere bekers geen tooninscriptie.
- De beker op C is enger van mensuur dan de overige.
- De bekers in het groot octaaf zijn verlengd.
- Op voorzijde stevel toonaanduiding op bandje.
- Stemkrukken (niet oorspronkelijk) messing.
-
- Vox humana 8 vt.
- Eiken koppen en stevels.
- Bekers orgelmetaal, voorzien van deksel.
- Kelen en tongen messing. Kelen bas beleerd.
- Stemkrukken (niet oorspronkelijk) messing.
-
- Tramblant (inliggend)
-
- Toonhoogte: a1 = 430 Hz bij 180 C.
- WINDVOORZIENING
-
- In de toren vier (oorspronkelijke) spaanbalgen.
- Werking tremulanten: zoals aangegeven op de registertabletten.
-
- KLAVIATUUR/MECHANIEKEN
-
- Klaviatuur bevindt zich aan voorzijde hoofdkas.
-
- Omvang manualen: C f
- Omvang pedaal: C d
- Manualen oorspronkelijk (ondertoetsen wit ivoor, boventoetsen ebben).
- Pedaalklavier niet oorspronkelijk (nieuw).
- Slaglijsten, bakstukken: oorspronkelijk.
-
- Toets- en registermechaniek oorspronkelijk.
- Registermechaniek bestaat uit ijzeren winkels, overgaand in eiken trekstokken.
- Beide manualen uitgevoerd als staartklavier.
- Totale lengte toets bovenklavier tot het afdeklatje aan het einde van de toetsen: 631 mm.
- Trekpunt ligt op 238 mm vanaf voorzijde ondertoets.
- De ondertoetsen zijn 22 mm breed.
- Breedte C H: 165 mm, breedte C f : 766 mm.
-
- Onderklavier werkt via stotermechaniek. Grenen stoters, doorsnede 8,5 mm.
- De voorzijde van de stoter bevindt zich op 234 mm vanaf de voorzijde van de ondertoets.
- Koppeling gehalveerd (deling bij h0/c1).
-
- Ordening registerknoppen: in horizontale rijen aan weerszijden van de klaviatuur.
- Bovenste rijen t.b.v. hoofdmanuaal, onderste t.b.v. rugpositief + werktuiglijke registers.
-
- Voorbeelden van ordening op registertablet:
-
- Octaaf 2 Vt
-
- Sexquialter
- 3 sterk Disct (de onderstreping dubbel zo lang als hier aangegeven).
-
- WINDLADEN
-
- Windlade positief: cancellenvolgorde volgt frontindeling:
-
- 7 15 10 15 7
-
- Cis aan linkerzijde (vanuit kerk gezien).
- Lengte windlade 2326 mm, breedte 832 mm.
- Diepte ventielkast 270 mm, hoogte 90 mm.
- Eiken ventielen. Ventielveren rood koper, vernieuwd.
- Ventielvorm als in Gorinchem, Grote Kerk (C.G.F. Witte, 1853).
- Afstand voorzijde ventiel voorzijde ventielkast: 31 mm.
- Afstand trekdraad ventiel voorzijde ventielkast: 78 mm.
-
- Op voorzijde ventielen ingeslagen volgnummers.
-
- Voorslagen te verwijderen met behulp van touwlussen.
-
- Windlade hoofdmanuaal:
- C- en Cis-lade. Cancellenvolgorde volgt frontindeling.
- Achter de fronttorens staan de grootste pijpen in het midden.
-
- Schematisch:
-
|
|
frontzijde
|
|
|
|
C-lade
|
|
Cis-lade
|
|
|
7
|
16 4
|
//
|
3 17
|
7
|
-
- Lengte windladen 1955 mm (C-lade)/1952 mm (Cis-lade)
- Breedte 1265 mm.
- C- en Cis-lade gescheiden door een looppad, breedte 425 mm.
- Diepte ventielkast 273 mm, hoogte 108 mm.
- Eiken ventielen. Ventielvorm als bij Rugpositief.
- Afstand voorzijde ventiel voorzijde ventielkast: 31 mm.
- Afstand trekdraad ventiel voorzijde ventielkast: 109 mm.
- Op voorzijde ventielen ingeslagen volgnummers.
-
-
|